Coaxiale S/PDIF-uitgang
Gepubliceerd in Elektor nummer 441, juli 2000
Deze schakeling is een alternatief voor de elders in deze uitgave beschreven optische S/PDIF-uitgang. De verbinding via deze weg is doorgaans van betere kwaliteit dan de optische link (minder jitter). Om aardlussen te vermijden wordt bij een coaxiale verbinding voor digitale audio-signalen standaard gebruik gemaakt van een uitgangstrafootje. De constructie hiervan is vaker door ons beschreven. Als kern wordt een ringkern-type van Philips (zie stuklijst) gebruikt, primair 20 windingen en secundair 2 windingen (beide met 0,5 mm gelakt koperdraad). Als uitgangssignaal moet 0,5 Vtt over 75 W geleverd worden, zodat primair 10 Vtt nodig is. Dit signaal wordt geleverd door een quad-EXOR (74HC86). Hiermee is een zuiver symmetrische buffertrap opgezet door 2 EXOR's als inverter (IC1c/IC1d) te schakelen en de andere niet-inverterend (IC1a/IC1b) te laten werken.
Weerstanden:
R1 = 1 M
R2 = 220
R3 = 75
Condensatoren:
C1,C3 = 100 n keramisch
C2 = 47 n keramisch
C4 = 47 µ/25 V radiaal
Spoel:
L1 = 47 µH
Halfgeleider:
IC1 = 74HC86
Diversen:
K1 = 2-polige SIL-header
K2 = cinch-bus voor printmontage (bijv. Monacor T-709G)
K3 = 4-polige SIL-header
Tr1 = ringkern Philips TN13/7,5/5-3E25
prim. 20 wdg, sec. 2 wdg CuL-draad 0,5 mm
|
Klik hieronder om dit artikel en/of print layout te downloaden als PDF.
Let op: bij oudere projecten kunnen we niet garanderen dat alle onderdelen leverbaar zijn.
|